Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Overdenkingen 10 september 2017

23e zondag door het jaar

Ezechiël 33, 47-9

Matteüs 18, 15-20

Deze zondag gaan de lezingen over de verantwoordelijkheid voor mijn naaste. Ben ik mijn broeders hoeder? Jazeker. God heeft de profeet Ezechiël aangesteld als een wachter over het huis van Israël. Hij moet de goddeloze, de mens die zich afkeert van God, waarschuwen. Als de goddeloze zich niet bekeert, zal hij sterven. Maar als de profeet de goddeloze niet waarschuwt dan zal de profeet ook sterven. Als de profeet waarschuwt maar naar zijn spreken wordt niet geluisterd dan gaat de profeet vrij uit en bewaart hij zijn leven.
De evangelist Matteüs zegt ons dat wij onze broeder, onze naaste moeten aanspreken als hij zondigt. Iemand aanspreken op zijn fouten zal beter gaan naarmate wij iemand beter kennen. Niet een vermanend spreken vanuit de hoogte maar een dialoog tussen gelijkwaardige gesprekspartners waarin de ander zal inzien dat hij verkeerd gehandeld heeft. We spreken een ander op zijn fouten aan omdat we bezorgd zijn voor de ander. Wil de ander niet luisteren en niet toegeven dat hij fout gedaan heeft dan is het goed om het gesprek te hervatten met twee of drie getuigen erbij. In het boek Deuteronomium staat immers dat het getuigenis van twee of drie getuigen rechtsgeldig is. Lukt dat niet, dan pas moet het besproken worden in de gemeente, gemeenschap. Omdat onze broeder die zondigt tot de gemeente behoort, heeft de gemeente, de (kerkelijke) gemeenschap, een verantwoording voor het verdwaalde schaap. Als hij ook niet naar de gemeenschap waartoe hij behoort, luistert, dan heeft de gemeenschap alles gedaan waartoe zij bij machte was. Dan zal de zondaar beschouwd worden als een heiden of een tollenaar, dat wil zeggen als iemand die buiten de gelovige gemeenschap staat. Iemand buiten de gemeenschap stellen, dat klinkt hard. Maar als er in een kleine gemeenschap sprake is van zonde, misstappen, onrecht, verbroken relaties dan legt dat een grote druk op een gemeenschap. Wat wij binden, zal in de hemel - dit wil zeggen voor God - gebonden zijn. Ons handelen moet zo zijn dat God ermee kan instemmen. De zondaar die zich bekeert, zal de vergeving en verzoening van de gemeenschap mogen ervaren.


J. Verhoeven
 

Archief:  Overdenkingen