Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Onheilstijdingen

Viering: 25e zondag door het jaar

Lezing:

  • Matteüs 20, 1-16a

Geschreven door: Paul Begheyn SJ

Volgens het Vlaamse warhoofd Brecht Arnaert had gisteren de wereld moeten vergaan. Dat schreef hij althans in een recente email aan een ver familielid van mij. We mogen onszelf dus feliciteren met het feit, dat we er nog zijn, en dat we hier nu samen zijn gekomen in de kerk van Sint Lucas. Onheilstijdingen duiken met grote regelmaat op, overigens ook in de Heilige Schrift, met name in het laatste Bijbelboek, de Apocalyps. Daar moeten we ons dus niets van aantrekken. Al dat negatieve kan niet van God afkomstig zijn, omdat hij met ons altijd het beste voorheeft. Dat laatste blijkt ook weer uit het evangelie van vandaag.

Zoals zo vaak gebruikt Jezus een alledaags gegeven als een parabel, waarin hij iets probeert uit te leggen over God, over geloof, over menselijk handelen, over onderlinge verhoudingen, over het verschil tussen goddelijke en menselijke aanpak. Vandaag gaat het in het evangelie volgens Matteüs over een landeigenaar met een wijngaard, die arbeiders zoekt. Die eigenaar wordt niet moe om op zoek te gaan naar werkeloze mensen, die een baan zoeken, van vroeg in de morgen tot laat in de avond.
Het probleem voor wie deze parabel niet goed begrijpt wordt duidelijk aan het eind van de dag, als er uitbetaald gaat worden. De eigenaar had met de als eersten gehuurde arbeiders afgesproken: ‘je krijgt een denarie per dag’ (dat is een van de meest gangbare zilveren munten in het Romeinse rijk), een dagloon dus. Tegen de werkelozen van het derde uur zei hij: ‘ik zal je geven wat billijk is.’ Met de later gehuurde mensen sprak hij niets af.
Wie de beloningen voor al deze op verschillende tijdstippen ingehuurde arbeiders met elkaar gaat vergelijken, stuit op ongelijkheid, of misschien zelfs wel onrechtvaardigheid. Eén van de kenmerkende eigenschappen van God is dat hij nooit mensen met elkaar vergelijkt. Hij zet nooit de een tegen de ander op. Het gaat om de houding van God tegenover een individu, van wie hij iets verwacht, en met wie hij iets heeft afgesproken. Waarom zouden de vroegst ingehuurde werkelozen jaloers zijn op degenen die na hen zijn ingehuurd, en ook een denarie krijgen net zoals zij? Wat is er fout aan de landeigenaar die zich aan zijn afspraak houdt? Waarom zijn zij zo jaloers omdat hij royaal is tegenover de laatkomers?
De kern van deze parabel gaat dus niet over gelijkberechtiging. Het gaat niet over de eisen van de vakbond, of over het sociale beleid van een regering. De parabel gaat over de essentie van God. God is ongelooflijk royaal, zowel tegenover de eerste als tegenover de laatste. Hij is niet iemand die ons uitbetaalt volgens onze verdiensten, want dan zou het er wel eens karig kunnen uitzien. Nee, hij is ongelooflijk royaal, voor wie je ook bent, voor wat je ook doet. De parabel gaat niet over rapportcijfers die God uitdeelt, maar over de hartelijke band die hem met ons verbindt.
Deze parabel speelde bij mij thuis een duidelijke rol. Ik herinner me goed hoe zestig jaar geleden er ruzie ontstond tijdens het middageten, waarbij enkele kinderen zich niet eerlijk behandeld voelden. Midden in het geruzie, doorbrak mijn vader de discussies, en zei, letterlijk met de woorden van het evangelie van vandaag: ‘’Zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?’ Dan viel er een stilte, die ons als kinderen tot bezinning bracht. Veel werd er daarna niet meer gediscussieerd. Het werd helder voor iedereen.

Ten slotte wil ik een nieuwe parabel introduceren. Die houdt verband met onze burgemeester. Maar beter moet ik zeggen: onze burgervader. Eberhard van der Laan is erin geslaagd om Amsterdammers van hoog tot laag in hun hart te treffen. Ook al voordat hij liet weten dat zijn gezondheid steeds problematischer werd. Hier is een politicus, die voorbeeldig is. Zijn focus is op de individuele Amsterdammer, die beschutting en uitdaging zoekt. Maar onze burgemeester weet ook van zijn eigen kwetsbaarheid. Dat werd duidelijk tijdens het recente bezoek van koning Willem Alexander aan de Jordaan. Burgemeester Eberhard van der Laan nam de arm van de koning aan, en vond bij hem steun om verder te gaan. Kwetsbaarheid werd zo sterkte. De koning werd dienaar voor een kwetsbare mens. Dat was een onvergetelijk beeld. Dat is een voorbeeld voor ieder van ons.
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken