Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Onder-dak

Viering: OVERWEGING TIJDENS DE NACHTMIS

Lezing:

  • Lc 2,1-14

Geschreven door: Paul Begheyn SJ

nachtmispreek 24 december 2017

Vorige maand was ik enkele dagen in Denemarken om een vriend en medebroeder van mij een hart onder de riem te steken. Hij zat geestelijk en lichamelijk behoorlijk in de put omdat hij ten onrechte beschuldigd werd van fout financieel beheer. We hadden ruim de tijd om bij te praten en te wandelen in de regen. De eerste avond gingen we ’s avonds eten in een restaurant naast het hotel. Een van de obers hoorde ik Spaans spreken, maar hij zag er niet uit als een Spanjaard. Ik vroeg hem waar hij vandaan kwam. ‘Ik kom uit Palestina, uit Betlehem, ik ben christen. Ik ben gevlucht, eerst naar Spanje, en vandaar naar Kopenhagen. Ik heb mijn gezin moeten achterlaten in Jemen.’ Hij liet een grote glimlach zien, waarin ook wel verdriet was te herkennen. Zijn naam weet ik niet, maar sinds die ontmoeting staat hij mij voortdurend voor de geest. Meer dan ooit werd ik er mij van bewust in wat voor wereld we leven.
We leven in een wereld waarin het geluk ongelijk verdeeld is. Er zijn mensen die een thuis hebben, maar ook mensen die op zoek zijn naar onderdak, omdat ze migranten zijn. Ze zijn zoals Maria en Jozef, voor wie er geen plaats was in de herberg. Ze vluchten naar Egypte, waar het veiliger voor hen was dan in hun eigen land. In onze eigen Lucaskerk is het niet anders. Hoeveel mensen hebben zich niet in de loop der jaren hun kerkelijk thuis bij ons weten te vinden, vanaf de stichting van de parochie tot op de dag van vandaag? Indische Nederlanders die met overvolle schepen naar Nederland werden overgebracht; mannen en vrouwen uit Suriname; vluchtelingen uit Irak en Eritrea en Afrika; Duitsers en Engelsen; en nog zoveel meer. De paraplu van de Lucas is breed, en vele mensen komen er schuilen. Dat is niet verwonderlijk, want meer dan de helft van de Amsterdamse bevolking heeft een migratieachtergrond. Parochianen van de Lucas zijn gastvrij en behulpzaam, en geven Nederlandse les aan heel wat vluchtelingen.
Migranten en vluchtelingen hebben dromen over hun toekomst en over hun vroegere vaderland. Een van hen, Zina Aboud uit Syrië, die nu in Slotermeer woont, gaf deze week een wijze raad: ‘Vind en pak de kansen die je dichter bij je droom brengen. Ga niet zitten wachten tot het geluk naar je toekomt. Ga er zelf op af.’ Misschien is Kerstmis wel bij uitstek het feest waarop we haar woorden ter harte kunnen nemen. Kerstmis is in ieder geval het feest waarop we horen en zien, hoe God zich in de gestalte van Jezus, een migrantenkind, solidair maakt met ons.
Er zijn mensen, teveel mensen, teveel politici, die negatief aankijken tegen al die nieuwelingen die in ons leven binnenkomen. Ze reageren vanuit angst en egoïsme, ze sluiten hun huizen, bouwen hekken en muren. Ze zijn boos op burgemeester Stefano Sermenghi van Castenaso, een stadje bij Bologna, die bedacht dat er in de traditionele kerststal een rubberboot centraal moet staan, met daarin een grote houten Maria die een kleine houten Jezus vasthoudt. Naast de boot staat Jozef, en verderop staan de drie koningen, de ezel en de os. Onder de rubberboot ligt een blauw zeil dat de Middellandse Zee uitbeeldt. Maar de bisschop van Bologna vindt het helemaal niks. Hij zal het ook wel niet eens geweest zijn met paus Franciscus, die als zijn eerste openlijke daad reisde naar Lampedusa, een Italiaans eiland in de Middellandse Zee, waar veel bootvluchtelingen uit Azië en Afrika aankomen. De paus klaagde over een ‘globalisering van de onverschilligheid. Die maakt iedereen tot anonieme verantwoordelijken zonder naam en zonder gezicht. Wij zijn aan het lijden van de anderen gewend geraakt.’ Als God zich solidair met ons verklaart, in woord en daad, dan mogen ook wij ons solidair verklaren met alle migranten en vluchtelingen, met hen die letterlijk gevlucht zijn naar een ander land, maar ook met hen die figuurlijk gevlucht zijn in haat en nijd, in boosheid en onverschilligheid, in zelfbeklag en jaloezie.
Deze week ontving ik van Mor Polycarpus Augin Aydin, de aartsbisschop van de Syrisch-Orthodoxe kerk in Nederland, een kerstwens. Daarin citeerde hij een fragment uit het Leerdicht over het Kerstfeest van de heilige Efrem de Syriër (uit de vierde eeuw na Christuis). Daarmee wil ik mijn overweging besluiten:

Gezegend het Kind dat vandaag Bethlehem blij maakt.
Gezegend de Zuigeling die vandaag alle mensen jong maakt.
Gezegend de Vrucht die zich naar onze honger neerbuigt.
Gezegend de Goede die plotseling heel onze armoede rijk maakt
en in al onze noden voorziet..
Gezegend Hij die zijn barmhartigheid neerboog om onze ziekte te genezen.

Amen.
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken