Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Vrouw uit Kanaan

Viering: 20e zondag door het jaar

Lezing:

  • Matteüs 15, 21-28

Geschreven door: Paul Begheyn SJ

20 augustus 2017

Het evangelie van vandaag vraagt om een vergrootglas, want anders zou je over allerlei details heen lezen, die van groot belang zijn. De hoofdrollen in dit verhaal zijn voor een vrouw uit Kanaän en Jezus. Het is als het ware een verslag van armpje drukken tussen die twee, maar dan met woorden. Die vrouw behoort tot een volk, dat een traditionele vijand is van het volk Israël. Hoe vaak hebben we al niet in de Bijbel verhalen gelezen over Israël en zijn vijanden, en de onverzoenlijkheid tussen hen beiden. De haat spat van de pagina’s af in religieuze geschriften uit het gebied van de Middellandse zee, zowel in het Oude als Nieuwe Testament, maar ook in de Koran. Die haatdragende traditie woekert door tot op de dag van vandaag, onder meer in de relatie tussen Israël en de Palestijnen, en tussen radicale moslims en de westerse wereld. Het lijkt wel of er nooit meer een oplossing komt, en vrede steeds verder weg lijkt te liggen.
Maar in het evangelie van vandaag beschrijft de evangelist Matteüs een doorbraak. Tegelijkertijd laat hij Jezus niet van zijn beste kant zien. Ik heb me vaak afgevraagd: Hoe zou het toch komen dat in de evangelies meer dan eens ook de onaangename trekken van Jezus belicht worden, zonder terughoudendheid? Wordt er benadrukt dat Jezus ook maar een mens was, bepaald door de cultuur van zijn tijd?
De vrouw uit Kanaän neemt het initiatief om contact met Jezus te maken, en presenteert zich als iemand die in nood is (“Heb medelijden met mij”). Bovendien spreekt ze Jezus aan met eerbiedige woorden, die slaan op zijn taak als Messias (“Heer, Zoon van David”). De vrouw vraagt niet iets voor zichzelf, maar voor haar dochter die gevangen zit in het net van een demon. Ze zegt niet om wat voor het demon het gaat, maar er waren vele demonen die een mens in hun macht konden hebben.
De reactie van Jezus was ronduit onbeleefd. Hij weigerde op haar te reageren, en werd daarbij gesteund door zijn leerlingen. Was het omdat zij tot een ander volk hoorde? Was het omdat zij “maar” een vrouw was? Jezus laat er geen onduidelijkheid over bestaan. Zij is in alle opzichten anders, en hij heeft een God die zegt: eigen volk eerst. Regelrechte discriminatie dus. Is dat juist? Nee, natuurlijk niet, maar het staat er wel, zwart op wit. Hoe raken ze nu uit deze geweldige impasse, deze patstelling?
Opnieuw neemt de vrouw het initiatief. Ze loopt niet weg, maar komt dichterbij, en tegelijkertijd maakt ze zich klein om niet te overheersen. Opnieuw vraagt ze om hulp. Jezus laat zich nu wel van zijn slechtste kant zien, en wordt grof in de mond: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.” Als je weet dat het woord “honden” in het Engels door “bitches” wordt vertaald – een uiterst plat scheldwoord – , weet je hoe vernederend de vrouw wordt toegesproken. Maar de vrouw geeft geen kik, ze houdt vol, want iemand heeft hulp nodig. Het is als een collectant van Artsen Zonder Grenzen, die aan de deur komt, en niet vertrekt zonder een bijdrage voor het goede doel.
En dan gebeurt het. Jezus bekeert zich, door toedoen van een vrouw, want zij heeft een groot geloof. Haar dochter geneest. Ik vermoed dat Matteüs op deze scherpe manier wil laten zien, hoe belangrijk het is om vol te houden als je iets nodig hebt, en dat je je niet moet laten afschrikken door ontoelaatbaar gedrag van hoger geplaatsten.

Vandaag herdenken we nog een andere bekering, die van de katholieke aartsbisschop van San Salvador, Oscar Romero, die op 15 augustus honderd jaar geleden werd geboren. In 1970 werd hij hulpbisschop van San Salvador, omdat hij als aartsconservatief alles op zijn beloop zou laten in zijn bisdom en de weldoeners van de kerk in Centraal Amerika niet voor het hoofd zou stoten. Vele priesters boycotten zijn inauguratie, omdat zij een voorkeur toonden voor de keuze voor de armen. Maar toen hij zag wat er in feite gebeurde in zijn bisdom, en hoe een van zijn priesters vermoord werd, veranderde hij zijn beleid volledig. Over die moord zei hij: “Toen ik zag hoe mijn vriend Rutilio Grande dood op de grond lag, dacht ik: ‘Als zij hem gedood hebben omdat hij deed wat hij deed – opkomen voor de boeren zonder land – , dan moet ik dezelfde weg gaan’” Binnen enkele maanden werd hij in Rome aangeklaagd als ondermijnende communist. Drie jaar later zou hij vermoord worden door soldaten die gefinancierd werden door dezelfde mensen die gelobbyd hadden voor zijn benoeming tot bisschop. Recentelijk zei paus Franciscus nog, dat het martelaarschap van Romero niet eindigde met zijn dood. Zelfs vandaag is hij verdacht in bepaalde kringen van de Kerk. Daarom verloopt het proces van zijn heiligverklaring zo traag.
Uit haat tegen het geloof werd Oscar Romero vermoord. De Kanaänitische vrouw kreeg dankzij haar geloof gedaan, dat haar dochter werd bevrijd van een demon. En hoe staat het met ons geloof? Durven wij het vol te houden met ons geloof?
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken