Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Dromen

Viering: 17e zondag door het jaar

Lezingen:

  • 1 Koningen 3, 5 en 7-12
  • Mattheüs 13, 44-52

Geschreven door: Jan Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

In de volksmond zegt men: “dromen zijn bedrog”. Toch werd er in de oude culturen en ook in de Bijbel zeer veel waarde gehecht aan dromen, hun uitleg en betekenis. Aan het einde van de 19 e eeuw gingen de destijds nieuwe wetenschappen zoals psychologie en psychiatrie zich verdiepen in dromen en het onderbewuste. Overdag zitten we in een keurslijf van geboden, verboden, normen en waarden die de maatschappij ons oplegt en zonder welke we geen leefbare samenleving zouden hebben. Sommige wensen of verlangens kunnen nu eenmaal niet direct of soms helemaal niet bevredigd worden. We zeggen dan: “dat moet je maar uit je hoofd zetten”.

Ze blijven wel in ons hoofd zitten maar worden verdrongen naar het zogenaamde onderbewuste. Overdag komen talloze indrukken op ons af die gefilterd worden. Indrukken die voor ons wel van belang zijn maar ons afleiden van onze dagelijkse bezigheden komen terecht in het onderbewuste. Overdag in ons wakende bewustzijn is er een strenge controle over wat mag en niet mag, wat schadelijk is voor ons normaal functioneren en voor het behoud van onze samenleving. Als we slapen, valt de sterke druk van het waakzame bewustzijn weg en gaat als het ware de deur vanuit het onderbewustzijn op een kier open. Dingen waar we overdag veel mee bezig zijn geweest maar ook verdrongen wensen, verlangens, angsten en frustraties komen gecensureerd en in codevorm, in associatieve beelden in kleine beetjes naar boven in onze dromen. De mens die heer een meester denkt te zijn over zijn eigen geest wordt geconfronteerd met een chaos van krachten in zichzelf waarover hij geen macht heeft. In de oude culturen wist men natuurlijk niets van de leer van het bewuste en onderbewuste maar wel dat in dit mysterieuze gebied van de droom de boodschap van de goden tot ons kon komen.

Het is misschien wel symbolisch dat ook in de Bijbel God vaak tot mensen spreekt in dromen. In het dagelijkse leven zijn we zo druk met alles en nog wat dat, al zouden we willen, er weinig plaats is voor God.
En onze samenleving werkt ook al niet mee. God en godsdienst komen alleen nog in negatieve zin ter sprake en worden direct verbonden met fundamentalisme, onverdraagzaamheid en geweld. God is verdrongen uit het bewustzijn van onze moderne samenleving. Hou je maar bezig met de realiteit van alledag, sta met je beide benen op de grond en denk maar niet aan God want daar kom je geen stap verder mee, daar koop je niets voor, daar kan de schoorsteen niet van roken. God mag dan wel verdrongen zijn uit de werkelijkheid van alledag maar hopelijk niet uit onze dromen.

We hebben het verhaal gehoord van de jonge koning Salomo die een droom heeft. God vraagt aan hem:
“ wat wil je dat Ik je geef”. Met recht een droomvraag en zeker voor een jong vorst die nog onzeker is te midden van een groot volk dat hij moet leiden. Een grote verantwoordelijkheid drukt op zijn schouders. Wat zouden wij willen vragen, een lang leven, rijkdom, macht en aanzien, de hoofdprijs in een grote loterij? Maar zo wordt de droomvraag ook een strikvraag.
In het N.T. staat: “vraag en het zal u gegeven worden” maar ook met het oog op de menselijke bezorgdheid om voedsel en kleding: “ zoek eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden”. Salomo vraagt om een opmerkzame geest om recht te kunnen spreken voor het volk van God en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Hij vraagt geen bezit of macht voor zichzelf maar wijsheid om die ten dienste te stellen van zijn volk, ten dienste van recht en gerechtigheid. We horen de woorden van Psalm 72, een Psalm van Salomo: “geef, Heer, de koning uwe rechten en uw gerechtigheid aan ’s koningszoon om uwe knechten te richten met beleid”.

Omdat Salomo niet gevraagd heeft om een lang leven, rijkdom of de dood van zijn vijanden maar inzicht om te kunnen rechtspreken, daarom geeft God hem een geest vol wijsheid en inzicht, een wijs en verstandig hart. Als wij een vraag stellen dan is dat niet zomaar een vraag in het wilde weg. De vraag is ergens op gericht.
We hebben al een vermoeden van iets en zoeken een verklaring, een uitleg. Dat Salomo vraagt om wijsheid en inzicht getuigt al van het feit dat hij wijsheid bezit en door God verder geleid wil worden in de wijsheid van het rechtspreken.



Ook de dingen waar Salomo niet om gevraagd heeft, rijkdom, eer en een lang leven, worden aan hem in de droom door God beloofd. Salomo werd wakker en begreep dat hij een droom had gehad. In Jeruzalem ging hij voor de ark van het verbond met de Heer staan; hij bracht brandoffers, droeg slachtoffers op en richtte een feestmaal aan voor zijn hovelingen. Deze reactie van grote dankbaarheid en vreugde geeft aan dat die droom voor Salomo meer was dan zomaar een droom of zoals wij zouden zeggen: ach, het is maar een droom en dus geen werkelijkheid. Deze droom of visioen van God is meer werkelijkheid en meer waard dan alle realiteit van alledag.

In de gelijkenissen die we gelezen hebben gaat het ook om de droom van het Koninkrijk der hemelen.
Een man vindt op een akker een schat en verbergt die. Hij is zo blij dat hij alles verkoopt wat hij heeft om die akker te kopen. Een koopman in parels vindt een kostbare parel en verkoopt alles wat hij bezit om die ene parel te verwerven. Hier gaat het niet om het hebben, het bezitten maar om heel iets anders. Aan onze behoefte om iets te hebben, komt geen einde. We hebben het een en zien al weer uit naar iets anders of zoals we zeggen:het hebben van de zaak is het eind van het vermaak. Onze behoeften gaan steeds verder en er is hier op aarde niets wat deze behoeften totaal kan vervullen, bevredigen. Ons willen en streven komt nooit tot rust.
In de parabel gaat het niet om hebben maar om liefhebben. Bezit kan ons afgenomen worden maar niet wat wij in liefde in ons hart bewaren. Verzamel u geen schatten op deze aarde waar mot en roest ze ontoonbaar maakt maar verzamel u schatten in de hemel, dit wil zeggen bij God.

De man die de schat in de akker gevonden heeft, de koopman met de unieke parel, zij hoeven niets anders meer, zij hebben gevonden en zijn tot rust gekomen. Dat kan bij het materiële bezit niet gebeuren maar wel als we daarbovenuit gericht zijn op het ultieme, het absolute, het allesomvattende, gericht zijn op God. Soms kunnen we dat ervaren in de schoonheid van de natuur en de muziek. We gaan er helemaal in op, de tijd staat als het ware stil en voor een moment hoeven we en verlangen we niets meer.
Vroeger heb ik wel eens een muziekstuk ’s avonds voor het naar bed gaan beluisterd omdat het slot zo mooi is dat ik daarna niets meer wilde horen en er alleen nog stilte kon zijn.

De koopman en de man die de akker kocht, hebben gedroomd van het unieke, hebben ernaar gezocht en hun droom is werkelijkheid geworden. Salomo heeft in een droom God ontmoet en de wijsheid waarom hij vroeg, gekregen. Hebben wij nog dromen. Hebben wij nog een droom van gerechtigheid en vrede in deze wereld?
Ik denk van wel anders zouden we hier niet zitten. Iedere dag zien we op het nieuws een wereld vol onrecht, ellende en oorlog. We leven middenin die wereld en moeten mee. Maar we verliezen onze droom niet. Ieder van ons is op zoek naar zijn akker met de schat, naar zijn unieke parel. In het woelen van de wereld om ons heen hebben we een rustpunt, de vaste grond en het anker van het geloof. Wie droomt van God wordt niet bedrogen. Amen.
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken