Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Bezinning

Viering: DRIE-EN-DERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezing:

  • Matteüs 25, 14-30

Geschreven door: Paul Begheyn SJ

Vele jaren geleden organiseerde ik af en toe met een medebroeder een paar dagen van bezinning of retraite, onder de titel Ervaring en geloof. Met behulp van heel verschillende oefeningen wilden we mensen graag helpen om op het spoor te komen van de diepste lagen van hun geloof. Hoe werden zij tot in hun diepste lagen geraakt door de boodschap van het evangelie? Dat is heel iets anders dan met je verstand iets leren of begrijpen. Geloof is vergelijkbaar met liefde of vriendschap, met iets waardoor je ontroerd wordt, of misschien beter: met iemand door wie je wordt ontroerd, soms tot tranen toe. Ik heb in zulke dagen heel wat tranen zien vloeien.
Een van die oefeningen begon met de vraag: “Zet eens op papier welk talent je hebt.” Diep gezucht. Mensen vinden het kennelijk moeilijk om op die manier naar zichzelf te kijken. Na enige tijd had iedereen iets opgeschreven. De meesten bekeken met enige schaamte het woord dat op het papier stond. Er volgde opnieuw een opdracht: “Niemand heeft maar één talent. Dus formuleer nu een tweede talent dat je hebt.” Het gezucht en licht gevloek dat nu volgde, was veel sterker dan bij de eerste vraag. Hoe zou het toch komen, dat we zo’n moeite hebben om op een positieve manier onszelf in de spiegel te zien? Vanuit een positieve ervaring kun je juist tot een positief geloof komen.
Het woord talent, dat we in het evangelie van vandaag enkele keren tegenkomen, was in de oudheid heel iets anders. Het betekende: gewicht, een massa-eenheid. Bij de Grieken was het 26 kilo, bij de Egyptenaren 27 kilo, bij de Babyloniërs ruim 30 kilo, en bij de Romeinen ruim 32 kilo. Gekoppeld aan deze gewichten was een grote geldswaarde aan goud of zilver. Een talent kon door één persoon slechts worden verdiend door een paar jaar te werken. Het zilveren talent kwam overeen met wat een arbeider destijds in veertien jaar kon verdienen.
Op die manier komen we toch weer bij het hedendaags begrip van een talent. Het is iets gewichtigs, als ik deze woordspeling mag gebruiken. En het is iets wat je niet in een handomdraai verwerft, je moet er lang voor werken. Of zoals het gezegde luidt: je moet woekeren met je talenten. En dan niet omdat een ander dat zegt, maar om vanuit jezelf het goede te laten groeien.
Jezus zegt in de parabel dat een man aan zijn dienaars heel zijn bezit toevertrouwt. Hij zegt er niet bij wat ze met hun talenten moeten doen. Dat wordt overgelaten aan hun eigen creativiteit. En wat dat zal zijn verklaart iets over de betrokkenheid van elke dienaar op de man, die aan hen heel zijn bezit durfde en wilde toevertrouwen. Als je dat doet wordt je talent verdubbeld, en wordt je bestempeld tot goede en trouwe dienaar. ‘Over weinig was je trouw, over veel zal ik je aanstellen.’
En dan die dienaar met dat ene talent. Een vriend van mij zei ooit: ‘Ik ben nog nooit iemand tegengekomen met maar één talent!’ Die man met één talent is gewoon een krent. Hij gaat op zijn talent zitten, begraaft het, zodat hij met anderen niets hoeft te delen. Tegenover zijn heer verbergt hij zich achter zijn angst, die niets anders is dan luiheid. Hij verknoeit het voor zichzelf en voor de samenleving. Het is iemand die niet royaal durft zijn. De zuinigheid druipt van zijn gezicht. Hij durft geen wonder te verrichten. Hij durft niet verder te kijken.
Daarover schreef Toon Hermans ooit een ontroerend lied, dat ik deze week Paul de Leeuw op de televisie hoorde zingen. Met een paar coupletten daaruit wil ik vandaag mijn overweging afsluiten:
Soms zijn er van die momenten, dan zie je veel meer dan je ziet,
dan zie je het wonder van lente, of het nou god is of niet
Dan voel je van binnen een wonder dat meer is dan de bloei van een boom,
en dat is toch wel heel bijzonder, ook al heeft het dan niets van een droom.

De een noemt het wonder, de ander het lot,
wie weet hoe het heet, mag het zeggen.
De een zegt: het is wonder, de ander zegt god,
maar er is niemand die het uit weet te leggen.

Toch is het of het leven ons soms iets vertelt
dat meer is dan geluk of verdriet.
Het leven is meer dan een dwaas of een held.
Zonder het wonder leven we niet

De een noemt het wonder, de ander het lot (refrein)
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken