Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Het zaad dat vrucht draagt in overvloed

Viering: 15e zondag door het jaar A, 16 juli 2017

Lezingen:

  • Jesaja 55, 10-11
  • Matteüs 13, 1-23

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Vandaag horen we Jezus twee keer dezelfde gelijkenis vertellen, één keer aan een grote menigte, en daarna nog een keer - met uitleg - aan zijn eigen leerlingen.
De ene keer is het dus het verhaal op zich dat we mooi kunnen vinden (of niet), dat ons raakt (of niet), en dat ons aan het denken kan zetten: als wij het Woord van God horen, landt het dan werkelijk in ons leven en doen we er dan ook iets mee? Maken wij het vruchtbaar, voor onszelf en voor anderen?
Bij de andere versie, met uitleg aan de leerlingen, moet ik denken aan enkele weken geleden toen we hoorden hoe Jezus de Twaalf uitzond: ‘Als je met mijn boodschap op weg gaat, weet dan wel dat niet iedereen daarop zit te wachten, en pas het gebruik van je tijd en energie daarop aan. Kom bij iedereen met diezelfde boodschap “Vrede!”, maar als mensen daar niet op zitten te wachten, ga dan niet in discussie, maar schud daar het stof van je voeten en trek verder.’
In dat kader versta ik de uitleg die Jezus vandaag aan zijn leerlingen - en alleen aan zijn leerlingen en niet aan de menigte - geeft: zijn leerlingen moeten snappen hoe dat werkt als zij zijn Woord, zijn boodschap gaan verkondigen.
Wij hebben beide versies gehoord - met dank aan de leerlingen die vroegen: ‘Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?’ en met dank aan de evangelist Matteüs die het voor ons heeft opgeschreven - maar zijn ze ook allebei interessant en belangrijk voor ons, zijn ze ook allebei voor ons bedoeld?
Ik denk het wel (en kennelijk vond Matteüs dit ook; anders had hij het niet opgeschreven), en ik zal proberen uit te leggen waarom ik dat denk.

Het begint met het eerste.
Jezus spreekt over het zaad van het Koninkrijk van God dat in onze wereld ruim gezaaid wordt, in alle mensen die ervan horen, dus ook in u en mij. God zegt niet: die Colm, die doet er toch niks mee, dus die kan ik wel overslaan. Nee, God zaait ruim, en het is aan ieder van ons wat we daar mee doen. We krijgen allemaal genoeg kansen om er met onze mogelijkheden en op onze plek in de wereld iets moois van te maken.
Dat is het verhaal dat Jezus aan heel die menigte vertelt, aan ons allemaal dus en aan ieder van ons. Dit mag bij ons de vraag oproepen: Hoe werkt dat bij mij? Welke plaats geef ik aan God en aan zijn boodschap, aan zijn Woord? Niet alleen op zondag in de kerk, maar ook in de rest van de week? Speelt het een rol in de keuzes van mijn dagelijks leven? Welke groeikansen heeft het? En welke vruchten draagt het dan? Wat merken anderen in mijn omgeving hiervan? Helpt het mij om een beter mens te zijn? Wat is mijn bijdrage aan een mooiere, betere wereld?
Het zijn zomaar wat vragen die ons kunnen uitnodigen om eens naar onszelf te kijken, naar hoe het evangelie doorwerkt in ons leven, waar het wel en niet vruchtbaar wordt.
De profeet Jesaja geeft ons vandaag het vertrouwen dat het Woord van God ons niet voor niets gegeven wordt, en dat het niet tevergeefs op deze aarde is gekomen, maar - zoals de regen uit de hemel valt en pas naar de hemel terugkeert als het de aarde heeft gedrenkt - dat zo het zaad van Gods Woord ook pas weer terugkeert als het ons en onze wereld heeft verrijkt en mij en u heeft geholpen om vruchten te dragen.
Wellicht dat we in deze rustigere zomertijd een stil moment kunnen mijmeren over deze gelijkenis en dat dit ons één of twee verbeterpuntjes kan opleveren.

En dan komt die tweede versie.
Had die - in plaats van in het evangelie - niet beter in een aparte bijlage kunnen staan voor pastores, voor dominees en bisschoppen en anderen die tot taak hebben om het geloof te verkondigen? Wat moeten ‘gewone gelovigen’ daar nu mee?
Ik kan alleen maar zeggen dat de Bijbel zo’n kunstmatig onderscheid gelukkig niet kent. Wij zijn allemaal geloofsverkondigers, wij zijn allemaal ambassadeurs van de kerk en van het evangelie, of we dat nu leuk vinden of niet. Mensen weten van ons dat we naar de kerk gaan, en spreken ons daarop aan. We kennen die situaties allemaal. Je zit op een verjaardag en ja hoor, er begint weer iemand over de kerk, om zijn of haar eigen frustraties uit het verleden af te reageren, of je hoort iemand in een gesprek het geloof belachelijk maken. Moet je dan overal en altijd reageren, en áls je reageert, hoe doe je dat dan? Ik denk dat de uitleg van deze gelijkenis van Jezus dan nog wel eens heel handig zou kunnen zijn.
Hij legt ons namelijk uit dat je een onderscheid kunt maken tussen de manieren waarop mensen naar jou gaan luisteren. Als je dit bedenkt, bijvoorbeeld in een van de situaties die ik net schetste, dan zou dit je wel eens kunnen helpen om te bedenken of en hoe je hierop in wilt gaan.
Overigens geef ik meteen toe dat de voorbeelden die ik gaf, misschien wel de allerlastigste zijn. Laten we niet vergeten dat er - volgens mij zeker bij de jongere generatie veel meer dan vroeger - ook bij velen een open houding is, een oprechte nieuwsgierigheid en ten diepste ook een verlangen naar diepgang en een mooi en goed, zinvol leven. Dat alles biedt het evangelie ons, en daarom moet het eerste advies aan ons allen ook zijn: zaai het zaad van de Blijde Boodschap van het Koninkrijk Gods ruim en genereus, en ga niet zelf voor een ander bepalen ‘Ach, die interesseert dat toch niet.’ Hoe vaak krijgen mensen van deze tijd de kans om op een positieve manier over God en Gods onvoorwaardelijke liefde voor ons mensen te horen ... als wij er over zwijgen, als wij hun die kans niet geven? Dus wees niet te bang, maar zaai ruim en genereus, dat is het eerste. Maar dat hoeft niet naïef te zijn of drammerig. En daarin kan de uitleg van Jezus ons helpen. Hij deelt de reacties van mensen in vier categorieën in.
Allereerst zijn er mensen die duidelijk laten merken dat dit ze echt helemaal niks interesseert. Die zijn er zat in onze wereld. Accepteer dit. Het is hun goed recht. Misschien zijn ze er nog niet aan toe. Misschien willen ze het echt niet. Dat is aan hen.
Dan zijn er de mensen die meteen enthousiast zijn en aan de gang gaan, maar zonder al te veel diepgang, waardoor ze het ook onmiddellijk opgeven als er iets tegenvalt. Let wel, het voorbeeld dat Jezus hier noemt, is onderdrukking of vervolging, een realiteit in de tijd dat Matteüs zijn evangelie schreef en helaas in onze dagen opnieuw in heel het Midden-Oosten en elders opnieuw een alledaagse realiteit. Velen van hen geven hun geloof niet op, maar leven moedig onder zware omstandigheden of moeten vluchten of worden daadwerkelijk vermoord.
Dan is er een derde groep bij wie het geloof verstikt raakt door alle andere interessante dingen die het leven ook te bieden heeft. Ze hebben niks tegen het geloof, vinden het zelfs mooi, maar: geen tijd! En op den duur sterft het dan af door gebrek aan voeding, zuurstof, zonlicht, regen. Ook het geloof heeft voeding nodig.
En als laatste, vierde de groep bij wie het geloof werkelijk landt, de vreugde en het geluk van hun leven is, dat de kern van hun bestaan gaat uitmaken die ze niet zouden willen missen. Gelukkig voor ons: zij hebben een uitstraling waar wij allemaal van profiteren. Zij dragen vrucht, honderdvoudig, zestigvoudig, dertigvoudig.

En om het nu helemaal compleet te maken, is deze tweede versie waarin Jezus de gelijkenis aan zijn leerlingen uitlegt, ook een spiegel die ons helpt naar onszelf te kijken, want zitten deze vier groepen mensen niet ook allemaal in ieder van ons? Hoe vaak heb ik nu even geen zin in geloof, in bidden, in God, in mensen die mij nodig hebben: hoe vaak ben ik daardoor niet feitelijk liefdeloos en doe ik anderen en mezelf tekort? En hoe blij ben ik dan niet dat ik daardoor niet voorgoed ben afgeschreven, veroordeeld? Hoe vaak laat ik me niet ontmoedigen door tegenslagen en tegenwerking, en heb ik dan de neiging om het op te geven? En hoe vaak word ik niet afgeleid en laat ik me bepalen door allerlei andere dingen die eigenlijk helemaal niet zo belangrijk zijn? En, lieve mensen van God, zou het dan ook niet zo zijn dat allemaal ook regelmatig vrucht dragen, misschien wel zonder het zelf te weten, ieder op haar of zijn eigen manier en moment.
Laten we daarom de Heer dankbaar zijn dat Hij ons nooit afwijst, en nooit moe wordt om zijn zaad in ons leven uit te zaaien, en blijven bidden en werken dat het overvloedig vrucht mag dragen.
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken