Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Overdenkingen 14 juli 2019

15e zondag door het jaar

Deuteronomium 30,10-14
Kolossensen 1,15-20
Lucas 10, 25-37

Het unieke van de Joods-christelijke religie is dat God niet alleen alles
schept maar het ook in stand houdt. God laat zijn schepping niet aan
haar lot over maar is bezorgd om haar. De God van de Bijbel, Hij die
nooit varen laat het werk van zijn handen, is geen verre God. Hij is ons
heel nabij, heeft ons geschapen en kent ons ten diepste, dieper dan
wij onszelf kennen. “Heer, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn
zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten”
(Psalm 139, 1-2). Waar wij ook zijn, God is bij ons. Wij kunnen ons
niet verbergen voor God. ” Steeg ik op naar de hemel, Gij zijt er,
daalde ik af in het dodenrijk, Gij zijt er”
(Psalm 139, 8). Wij kunnen naar God zoeken omdat Hij allereerst
naar ons gezocht heeft en het verlangen naar Zich in ons gelegd
heeft. Paulus zegt: “Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen”.
Of met de beroemde woorden van de kerkvader Augustinus: “Gij
hebt ons geschapen naar U toe en rusteloos blijft ons hart totdat
het zijn rust vindt in U”. Het gaat hier niet om de rust na de dood.
Als wij God vinden en beseffen dat Hij de vaste grond van ons
bestaan is dan komt er rust in ons leven. Augustinus heeft gezocht
naar God, geworsteld met zijn leven maar als hij de beslissing tot
bekering genomen heeft, komt hij innerlijk tot rust.
God is ons nabij en zo ook zijn woorden, de Thora. Hij heeft ze in
ons hart gelegd en wij kunnen ze volbrengen. Helpen in nood zoals
de barmhartige Samaritaan.
Een Samaritaan, een vreemdeling, een heiden, die door de Joden
werd gemeden, helpt een slachtoffer terwijl twee priesters aan hem
voorbijgegaan zijn. Een onbekende die op mijn pad komt en hulp
nodig heeft, wordt mijn naaste en doet een beroep op mijn
verantwoordelijkheid. Door de ander spreekt God mij aan.

J. Verhoeven
 

Overdenkingen 7 juli 2019

14e zondag door het jaar

Jesaja 66, 10-14c
Galaten 6, 14-18
Lucas 10, 1-12. 17-19

Jezus wijst nog eens zeventig mensen aan om naar de steden en plaatsen te
gaan waar Hij zelf ook komen zal. Voorbereiders voor op de komst van
Jezus. Zij moeten zieken genezen en verkondigen dat het Koninkrijk Gods
nabij is. Jezus heeft al eerder de twaalf apostelen uitgezonden als het
ware voor iedere stam van Israël één. In het boek Genesis wordt gesproken
over zeventig volken die de aarde bewonen. De verkondiging van het
evangelie wordt niet beperkt tot Israël maar moet de wereld rondgaan en
alle volken bereiken.
De uitgezondenen zullen op plaatsen komen waar zij gastvrij worden
ontvangen. Maar er zullen ook steden zijn waar zij niet ontvangen worden.
Daar moeten zij het stof van die stad van hun voeten vegen en vertrekken.
De mensen van die stad overtreden het grote gebod van de gastvrijheid en
sluiten zich af voor het woord van God en zijn Koninkrijk. Ook wij moeten
oppassen dat we ons niet afsluiten voor de ander en voor God.
De zeventig hebben boze geesten aan zich onderworpen. Een boze geest is
een kracht buiten ons of in ons die ons probeert af te sluiten voor het
ontvangen van het woord van God, een stoorzender, dwarsligger, satan. De
zeventig mogen zich niet verheugen dat zij de boze geesten aan zich
hebben onderworpen. Wel mogen ze zich verheugen dat hun namen opgetekend
staan in de hemel, bij God, geschreven in de palm van Gods hand.
Bij Paulus staat de gedachte centraal dat de mens niet gerechtvaardigd
wordt door het strikt naleven van de Wet maar door het geloof dat ons
geschonken wordt door de genade. Dan doet het niet meer ter zake of je
het uiterlijke teken van de besnijdenis draagt en je daar op voorstaat.
Jood of Griek, slaaf of vrije, man of vrouw, het onderscheid valt weg als
je gelooft. Je bent één in Christus en een nieuwe schepping.


J. Verhoeven
 

Overdenkingen 30 juni 2019

13e zondag door het jaar

1 Kon. 19, 16b. 19-21
Gal., 5, 1. 13-18
Lc., 9, 51-62

Bij Marcus duurt Jezus’ tocht van Galilea tot Jeruzalem een hoofdstuk,
bij Mattheus twee. Maar in Lucas neemt hij tien hoofdstukken in beslag,
zowat veertig procent van zijn evangelie. Pas in vers 19:44 treedt Jezus
de tempel binnen. Bij Lucas is Jezus dus onderweg, altijd op weg,
nergens thuis. Hij moet namelijk overal in Israël het Koninkrijk van God
verkondigen. Niets mag dat in de weg staan. En sommigen van zijn
leerlingen zijn geroepen om die kordaatheid na te volgen. De opdracht
om Gods rijk te verkondigen is zo urgent dat zelfs het begraven van zijn
vader en het afscheid nemen van de familie opzijgeschoven moeten worden.
Jezus is nog maar pas resoluut op weg gegaan naar Jeruzalem, waar
Hij verworpen zal worden, of een dorp verwerpt Hem al. Hij is er niet
welkom. Als opgejaagde heeft Jezus geen vaste thuis, zelfs geen
eigen steen. Sommige volgelingen delen in zijn lot.
Wie Jezus wil volgen, moet vooruitkijken en mag op geen enkele manier
vast blijven zitten aan iets uit het verleden. Het Koninkrijk van God ligt
altijd in de toekomst en moet enerzijds worden verkondigd, maar
anderzijds moet het worden opgebouwd. Er is veel werk aan de winkel.
Dat vereist een diepgaande, kordate, vastberaden keuze om het op
lange termijn uit te houden.
Vraag ik in mijn gebed aan de Heer mensen te straffen, omdat ze niet
in Hem geloven? Aan welk element uit mijn verleden zit ik vast, zodat
het me verhindert om me in te zetten voor Gods Rijk? Hoe diep en
vastberaden is mijn keuze om Jezus te volgen)?

E. Haelvoet, Hij kon zien, Altiora Averbode, p. 237
 

Overdenkingen 23 juni 2019

Feest van het H. Sacrament

Genesis 14, 18-20
1 Korintiërs 11, 23-26
Lucas 9, 11b-17

We vieren dit weekend het hoogfeest van het H Sacrament. Dit is het
laatste feest na de Paastijd. Vanaf nu komen we weer helemaal in de
tijd door het jaar. Je zou kunnen stellen dat dit feest het scharnierpunt
is met het hele paas- en pinksteren gebeuren. Niet zo verwonderlijk.
Er zijn twee feesten van de Eucharistie. Het eerste is Witte donderdag,
waar we de instelling ervan vieren. Hier horen we Jezus’ oproep: ‘Doet
dit tot mijn gedachtenis.’ Sacramentsdag is het feest van de verderzetting
van deze gedachtenis. Meer nog, dan vieren we dat Hij werkelijk in ons
midden aanwezig komt en blijft in het Brood van de Eucharistie.
Het is een traditie om dit heilig Sacrament uit te stallen en te aanbidden,
of in processie mee te dragen (zoals wij gedaan hebben bij de verhuizing).
Men vereert hier niet op de eerste plaats een hostie, maar Christus zelf
die zich aan ons geeft en die ons heel nabij wil zijn.
De aandacht voor het heilig Sacrament is in onze tijd verschoven naar
de eucharistie zelf, die het hoofdmoment is van onze liturgische vieringen.
Daar komt Christus aan het woord, en daar toont Hij zich in de manier
waarop Hij het brood en de wijn neemt en deelt. Het brood wordt daardoor
Brood ten Leven waaraan een hele mensheid zich kan voeden.

Pastor Dominiek Deraeve sdb
 

Overdenkingen 16 juni 2019

Feest van H. Drie-eenheid

Spreuken 8,22-31
Romeinen 5, 1-5
Johannes 16, 12-15

Vandaag stelt de Kerk ons voor verschillende facetten van God samen
te vieren: het mysterie van Zijn Drie-eenheid. Wat wil dat zeggen?
Eigenlijk heel eenvoudig: dat God gemeenschap is. Dat onze Liefde-
God niet eenzaam leeft of alleen, niet opgesloten of in Zichzelf gekeerd
is. Maar dat onze God integendeel een God is die Zijn Liefde en Zijn
Leven meedeelt en doorgeeft. God staat aan het begin. Hij blaast zijn
levensadem in de mens. De levensadem van God, zijn Geest, is er
vanaf het begin. Het boek der Spreuken zegt dat de wijsheid van
God er is voordat de aarde ontstond. Met zorg schiep hij de
aarde en alles wat erop is. In zijn Zoon is ons duidelijk geworden tot
welk genade wij geroepen zijn (Romeinenbrief). De genade die God
ons geeft is zijn Liefde. In liefde zijn we geschapen, in liefde worden
we gered uit de dood. En het is de heilige Geest die ons deze liefde
doet kennen en ontdekken. Liefde is steeds in relatie leven. Je hebt
nooit lief in je eentje. Zo is het beeld van de drie-eenheid ook het
beeld van de liefde van God zelf. De Vader is Liefde, die ons geschapen
heeft. De Zoon is Liefde die zich geeft tot het uiterste en ons leert
dat ook wij kunnen beminnen. De Geest is de vindingrijke liefde
die ons tot enthousiaste gelovigen maakt.
Liefde is altijd bezielde mededeelzaamheid. Door vandaag naar God
Zelf te kijken, leren wij dat ook ons leven pas écht leven is als het
wordt geschonken en gegeven. Dat is de boodschap van het feest
van vandaag: Wie niet deelt met anderen, leeft eigenlijk niet.
Echt leven is liefde delen! Zo deelt God zijn liefde met ons, zo delen
wij onze liefde met elkaar. Niet alleen in woorden, maar ook in daden.

Pastor Dominiek Deraeve sd
 

Overdenkingen 9 juni 2019

Pinksteren

Hand. 2, 1-11
1Kor. 12,3b-7.12-13
Joh. 14, 15-16. 23b-26

De lezingen in de liturgie van deze pinksterzondag helpen ons om te
focussen op een kostbare gave van God aan de mensen, de belofte van
Jezus aan zijn leerlingen dat het ons niet zal ontbreken aan de heilige
Geest. Het was de heilige Geest die de apostelen na de kruisdood van
Jezus, zijn verrijzenis en zijn Hemelvaart een nieuwe mPioed en kracht
gaf om te getuigen en de boodschap van Jezus verder te zetten in deze
wereld. De eerste lezing herinnert ons dat als Gods Geest met ons is,
het onmogelijke mogelijk wordt, zelfs in de vreemde talen kunnen we
met elkaar communiceren, zelfs als we vanuit verschillende achtergronden
kunnen we leven als één familie en een gemeenschap vormen. Dat is
kracht van de Geest die Jezus belooft aan ieder van ons. In de tweede
lezing gaat de apostel Paulus verder in op dit geheim van de Geest van
Jezus. Hij maakt duidelijk dat het geloof in Jezus als de Heer van het
leven al een gave van de Geest is. Die gave van de Geest drukt zich
niet alleen uit in het onder woorden brengen van het geloof, maar
evenzeer in het omzetten in daden van dit geloof. Die daden kunnen
echter zeer verscheiden zijn, al zijn ze het product van één en dezelfde
Geest. Daarom moeten die verschillende daden bij elkaar passen zoals
de ledematen van het lichaam ook één geheel vormen. En daarom is
ook het onderscheid tussen mensen niet meer van belang, maar juist
de verbinding, de éénheid die in de Geest van Christus bereikt is. Het
evangelie roept ons op om Jezus lief te hebben. Dit betekent: zijn
geboden onderhouden. Welnu, het is de heilige Geest die ons het
juiste inzicht schenkt om de geboden van Jezus te onderhouden
en Hem te volgen.

Pastor Simon Nongrum sdb
 

Overdenkingen 2 juni 2019

7e zondag van pasen

Hand. 7,55-60
Apocalyps 22, 12-14, 16-17. 20
Johannes 17,20-26

Jezus heeft geen Kerk willen stichten en ook geen beweging die zich
zou afscheiden van het Jodendom. Jezus heeft juist gewezen op de
kern van de Joodse religie, de kern van de Thora. Want die was door
de vele geboden en verboden in de tijd van Jezus vaak uit het zicht
geraakt. Geloven was geworden tot een slaafs naleven van de letter
van de Wet. Jezus wil de dode letter weer bezielen, nieuw leven
inblazen en teruggaan tot de essentie van het geloof. Dan gaat het
altijd om de relatie tot God en de medemens, de praktijk van gelovig
handelen. “Heb God lief en de naaste als jezelf”. Een levend geloof
betekent een flexibel geloof dat niet verstard is. Heel concreet: wat
vraagt God, mijn naaste op dit ogenblik, hier en nu, van mij? Een
levend geloof dat wil bouwen op het fundament van de gelovige
traditie maar ook wil groeien en zich hernieuwen. Waar een gelovige
in zijn denken verstart, rechtlijnig wordt, ligt het gevaar van
fundamentalisme en fanatisme op de loer. Dat is het geval bij de
tegenstanders van Jezus, verblind door de letter van de wet.
Wanneer een groep of beweging haar charismatische leider
verliest, valt de groep meestal uiteen. Dat zullen de geestelijke
en politieke leiders in Jeruzalem ook verwacht hebben toen ze
Jezus ter dood brachten. Het wonder van Pasen is dat de
leerlingen toch bijeen komen en door de kracht van de Heilige
Geest verder gaan in het voetspoor van Jezus. De groep valt
niet uiteen maar groeit. Petrus, de ongeletterde visser, getuigt
tegenover de Joden van zijn geloof en zo doet ook de diaken
Stefanus die zijn getuigenis met de dood moet bekopen.
Jezus bidt dat zijn volgelingen één zijn zoals Hijzelf één is met
zijn Vader, een band van liefde en trouw. Deze liefde van God
toont Jezus aan ons. Als wij die liefde toelaten in ons hart zijn
ook wij verbonden met de Vader.

J. Verhoeven
 
Pagina's in deze sectie:

Archief:  Artikelen eerder op deze pagina gepubliceerd