Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

De eerste paal wordt geslagen

Onze bouwkerk in bestek

4 november 1963: De eerste paal wordt geslagen


De grond, waar de eerste paal geheid wordt, maakt onderdeel uit van een terrein tussen Osdorper Ban en Ookmeerweg, waarop ook een katholiek bejaardencomplex zal verrijzen en waar de parochieschool reeds een plaats gekregen heeft.
 

Onze bouwkerk in bestek

De grond, waar de eerste paal geheid wordt, maakt onderdeel uit van een terrain tussen Osdorper Ban en Ookmeerweg, waarop ook een katholiek bejaardencomplex zal verrijzen en waar de parochieschool reeds een plaats gekregen heeft.
Met één zijde langs het water gelegen, heeft het kerkgebouw een punt gevonden, waar het de tuinstad een bijzonder accent zal kunnen geven. Wat de verdere situering van het gebouw betreft: het grenst aan de Osdorper Ban met een "blinde muur" . Wie de kerk wil binnengaan, betreedt een ruim plein naast de eigenlijke kerkruimte; als een tempelvoorhof vormt dit plein een overgang tussen het vertier op de drukke straat en de gewijde stilte van het huis van gebed. Aan het eind van het plein vindt hij, tussen toren en kerk, het toegangsportaal. Langs de toren lopend bereikt men de pastorie. Een blik op de plattegrond leert, dat de ontwerpers van de Sint Lucaskerk, het architectenbureau Taen en Nix, een revolutionair plan op papier hebben gezet. Revolutionair in die zin, dat zij dezelfde plattegrond in grote lijnen al eens gebruikten voor een kerk in het Rotterdamse bisdom, maar toch zo nieuw van opzet, dat de kerkbezoekers zich met de ideeën, waarop het ontwerp steunt, vertrouwd zullen moeten maken voordat zij zich in hun kerk geheel "thuis" zullen voelen. De hele "vergaderruimte" der gelovigen van 38 bij 26 meter is open gehouden, zonder pilaren die het zicht op het liturgisch gebeuren kunnen belemmeren. De banken worden in vier blokken twee aan twee tegenover elkaar geplaatst. In het midden is over de hele breedte van het gebouw een ruime strook vrijgehouden, waarin aan de éne zijde het altaar, aan de andere zijde het zangkoor om daartussen het doopvont een plaats te krijgen. Liever dan zelf hoog op te geven van de nieuwe kerk die wij samen gaan bouwen, citeren wij hier uit een waarderende bespreking, die de medewerker voor architectuur van de Volkskrant, mr. A. van Rooij, aan het kerkontwerp wijdde:.........



Of alleen:




Een citaat uit een waarderende bespreking die de medewerker voor architectuur van de Volkskrant, mr. A. van Rooij, aan het ontwerp van de Sint Lucaskerk wijdde:

" Maar het huis van onze tijd vertoont een zekere leegte, het wordt niet allereerst gevuld met meubels, maar door de bewoner. De overeenkomstige ontwikkeling van de kerkbouw draagt een overdaad aan beelden en andere devotionele apparatuur de kerk uit, het is niet meer het gebouw dat bidt, maar de gelovigen zelf vinden hier de ruimte vooral voor hun liturgie als expressie van een geloofsgemeenschap. De kerk wordt daardoor ook meer het huis van de kerk hier op aarde, het eigen huis, waarin gelovigen niet meer bij God op visite gaat, maar waar de Heer in het midden van de samenkomst neerdaalt. Al uit de sobere plattegrond wordt verstaanbaar, dat de ruimte zelf weinig aanduidt, maar tot leven gebracht zal worden door de beleving van het Heilig gebeuren. Het gebouw zwijgt nog niet helemaal, maar boven zijn fluisteren uit zal de taal der liturgieviering zelf dit kerkinterieur zijn uiteindelijke volledigheid geven".
 

Krantenbericht mei 1964

Krantenbericht mei 1964 SINT LUCAS


Eén rijksdaalder, één gulden, één kwartje, één dubbeltje, één stuiver en één cent werden mèt de oorkonde in de loden koker gedaan, welke in de eerste steen werd gemetseld. Van alle gangbare munten èèn, zoals te doen gebruikelijk is. En wanneer over 500 jaar het hier een krottenbuurt is geworden (je kunt je dit niet voorstellen op het ogenblik) en onze kerk bouwvallig, dan komt een jaar dat het advies luidt: breek deze tempel af. Dan wordt de eerste steen aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen, geopend en dan vindt men de oorkonde gaaf en ongeschonden (tenminste zo goed werd de koker dichtgesoldeerd) met de volgende tekst:

In de naam van de Allerheiligste Drieëenheid, Amen.

In het jaar onzes Heren negentienhonderd vier en zestig, op de vijftiende dag van de maand mei, onder het pontificaat van Paulus IV, het zeventiende regeringsjaar van Koningin Juliana, het vijfde jaar van het Episcopaat van Doctor Johannes Antonius Eduardus van Dodewaard, bisschop van Haarlem, toen Gijsbert van Hall burgemeester was van de stad Amsterdam, het jaar waarin Prinses Irene overging naar de katholieke kerk en met Don Carlos de Bourbon huwde, in het 5e jaar van het bestaan der parochie, die op dertig augustus negentienhonderd en negen en vijftig canoniek werd opgericht, op de drie en tachtigste verjaardag van de moeder van de bouwpastoor, terwijl Jacobus Albertus Gerhardus van der Hoogte deken was van Amsterdam, in tegenwoordigheid van Leo Antonius Maria van Teijlingen, subdeken van Nieuw West, van Hubertus Jacobus Heesterbeek, vanaf de oprichting pastoor dezer parochie, van kapelaan Petrus Johannes Zoon, van de kerkmeesters G.P.A. Damman, A. F. C. Verdaasdonk, J.D.I. Wouters, en W. B. Laurent, en de vele genodigden en parochianen werd deze eerste steen gelegd van de Sint Lucaskerk.
Dank zij God!
Tot getuigenis van dit feit is deze oorkonde gemaakt en ondertekend. Subdeken, pastoor, kapelaan, kerkmeesters, architect, aannemer, opzichter, uitvoerder.
 

Krantenbericht 22 mei 1964

Verleden week vrijdag heeft pastor L.A.M. van Teijlingen, subdeken van Nieuw-West, de eerste steen gelegd voor de definitieve kerk van de Sint Lucasparochie in Osdorp. Nadat bouwpastoor H. Heesterbeek de oorkonde had voorgelezen, welke in een loden koker onder de steen werd ingemetseld, bad subdeken Van Teijlingen de voorgeschreven gebeden in het Nederlands. Er waren - ondanks het ongebruikelijke uur - vrijdagmiddag half vier - vrij veel belangstellenden aanwezig bij de plechtigheid. Ook de jeugd van de parochiescholen woonde de plechtigheid bij. Na afloop was er in de aula van de St. Lucasschool een kort receptie van pastoor en kerkbestuur.
 

Het overbrengen van het tabernakel

Tabernakel betekent letterlijk: "draagbaar heiligdom van de Joden".
Hierin wordt de hostie als symbool van het lichaam van Christus (de belichaming van Het Woord) bewaard.
 

Het altaar

Het altaar staat symbool voor onze Heer Jesus Christus en heeft op de hoeken ingegraveerde kruisjes als symbool voor de wonden van de lijdende Heer. In het midden van het altaar zit een relikwie verborgen. In ons altaar zitten overblijfselen van de martelaren van Gorcum (Gorinchem). Negentien Rooms katholieke geestelijken werden op 9 juli 1572 te Brielle op bevel van de admiraal van de watergeuzen, Lumey, gefolterd en opgehangen. Zestien van hen waren te Gorcum door de watergeuzen gevangen genomen. Zij werden in 1867 heilig verklaard.
 
Pagina's in deze sectie: